De ekster is onschuldig
Veldnotitie, dinsdag, 8.47 uur. Exemplaar: ondernemer, 52 jaar, licht vermoeid verenkleed. Habitat: keukentafel, laptop, koffie die al koud is. Gedrag: opent het projectplan dat al drie weken op tachtig procent staat. Scrolt. Ziet een aankondiging van een webinar over een nieuw platform. Noteert in een gloednieuw notitieboekje: "Idee!!" Met twee uitroeptekens. Het projectplan blijft openstaan. Niemand kijkt er nog naar.
Herken je jezelf daarin, dan krijg je meestal snel een etiket opgekleefd: het shiny object syndroom als ondernemer. Je laat je verblinden door alles wat nieuw is en glanst, zoals een ekster die blinkende dingen pikt. Alleen blijkt de ekster onschuldig. En dat zegt misschien meer over ons dan over de vogel.
Een vogel met een strafblad
De ekster heeft een slechte reputatie, en dat al eeuwen. In 1817 ging in de Scala van Milaan de opera La gazza ladra van Rossini in première, "de diefachtige ekster". Een dienstmeid wordt beschuldigd van de diefstal van een zilveren lepel en ontsnapt nipt aan de doodstraf. De echte dief? Die zit met de lepel in zijn nest.
Tweehonderd jaar later besloten onderzoekers van de Universiteit van Exeter het eens na te gaan. Ze legden schroefjes, ringetjes en een stukje aluminiumfolie op dertig centimeter van een hoopje nootjes. De helft van de schroefjes en ringetjes was blinkend, de andere helft mat blauw geverfd. In 64 proeven raakten wilde eksters maar twee keer een glimmend voorwerp aan: telkens een zilveren ringetje, dat ze meteen weer lieten vallen. De eksters in gevangenschap raakten helemaal niets aan.
Sterker nog: als de voorwerpen er lagen, aten de vogels minder en bleven ze op hun hoede. De conclusie van het team (gepubliceerd in Animal Cognition, 2014): geen spoor van een aantrekking tot blinkende dingen. Wel voorzichtigheid tegenover alles wat nieuw en onverwacht is. De ekster wordt dus niet aangetrokken door wat glimt. Hij wordt er eerder een beetje zenuwachtig van.
Hou die gedachte even vast. Ze komt straks terug.
Wat is het shiny object syndroom als ondernemer?
Het shiny object syndroom als ondernemer is het patroon waarbij je je aandacht telkens verlegt naar een nieuw idee, project of hulpmiddel, nog voor het vorige af is. Het resultaat is veel begonnen en weinig afgewerkt, met een vaag gevoel dat je energie weglekt zonder dat je goed weet waarheen.
Het ziet er in het echt minder dramatisch uit dan het klinkt. Een paar domeinnamen die je "voor later" kocht. Een online cursus die op 40 procent blijft hangen. Het derde planningsprogramma in twee jaar, telkens met het gevoel dat dít het gaat zijn. Een schuif vol notitieboekjes waarvan alleen de eerste vijf bladzijden beschreven zijn.
En misschien het meest herkenbare: het nieuwe idee komt zelden op een willekeurig moment. Het komt bijna altijd net op het moment dat het lopende project saai, lastig of spannend wordt. Ma jaa.
Niet het nieuwe trekt. Het oude duwt.
Hier komt de ekster terug. We gaan ervan uit dat het nieuwe ons aantrekt, zoals we dachten dat het blinkende de ekster aantrekt. Maar wat als het omgekeerd werkt? Wat als het nieuwe idee geen magneet is, maar een nooduitgang?
Kijk eens naar waar je project stond op het moment dat je afhaakte. Vaak is dat de laatste twintig procent: de details, de administratie, de puntjes op de i. Maar ook iets anders. Zolang een project half af is, kan het nog alles worden. In je hoofd is het briljant. Niemand heeft er al een mening over, jijzelf ook niet.
Afgewerkt is het gewoon wat het is. Dan kan iemand het te duur vinden, te klein, te laat. Het begin is pure belofte, het einde is een oordeel. Geen wonder dat een nieuw idee net op dat moment zo aantrekkelijk begint te glanzen.
Dat is geen regel die voor iedereen en altijd opgaat. Soms is het nieuwe idee gewoon beter, en is stoppen de wijste beslissing. Maar het loont om eerlijk te kijken: loop je naar iets toe, of loop je ergens van weg?
Starter of afmaker: welke rol is van jou?
Er zit nog een tweede kant aan. Sommige mensen zijn van nature starters. De energie van het begin, het zien van mogelijkheden waar anderen nog niets zien, het in beweging brengen van wat stil lag: dat is geen tekort, dat is een talent. De trein vertrekt door hen.
Het probleem ontstaat pas wanneer een starter van zichzelf verwacht dat hij ook de afmaker is, en zich elke keer verwijt dat het niet lukt. Dan stapelt het schuldgevoel zich op, schuif per schuif. Terwijl de echte vraag misschien is: wie houdt de trein rijdend als ik hem gestart heb?
Opvallend is hoe hardnekkig dit patroon kan zijn. Op je 35ste heet het een nieuw bedrijf, op je 45ste een nieuwe samenwerking, op je 55ste een nieuwe hobby waar je meteen een webshop rond wilt bouwen. Ander kostuum, zelfde dans. Jaren ervaring en drie opleidingen veranderen daar vaak weinig aan, zolang je niet weet wat eronder zit.
Kies een nulmeridiaan
Op 13 oktober 1884 stemde de Internationale Meridiaanconferentie in Washington voor Greenwich als nullijn voor de lengtegraden. Tweeëntwintig landen stemden voor, één tegen, en Frankrijk en Brazilië onthielden zich. Voordien gebruikte zowat elk land zijn eigen nulpunt, waardoor kaarten van verschillende landen niet goed op elkaar aansloten.
Frankrijk hield nog tot 1911 vast aan Parijs. Toen gingen alle klokken in het land om middernacht even stil, om 9 minuten en 21 seconden later weer verder te tikken. Zo moeilijk is het blijkbaar om één vaste lijn te kiezen.
Voor een ondernemer met tien lopende ideeën is dat een bruikbaar beeld. Je hoeft niet te stoppen met ontdekken. Je hebt alleen één lijn nodig waartegen je alles meet: het ene ding dat dit seizoen af moet. Een nieuw idee krijgt dan geen "nee", maar een plek op de kaart. Brengt het je dichter bij je nulmeridiaan, of trekt het een nieuwe?
De dertigcentimeterproef
De eksters in Exeter kregen hun nootjes op dertig centimeter van de blinkende voorwerpen. Je kunt die opstelling gerust lenen, met een kleine aanpassing.
Leg het nieuwe idee op dertig centimeter. Schrijf het op een kaartje en steek het in een bak, niet in je agenda. Geef het twee weken. Wat dan nog glanst, is het misschien echt waard.
Kijk wat je ontloopt. Welk stuk van je lopende project lag er op tafel toen het idee binnenkwam? Dat stuk vertelt vaak meer dan het idee zelf.
Maak één ding af voor je iets nieuws aanraakt. Hoe klein ook: een offerte, een hoofdstuk, een mail die al een week in je concepten staat. Afwerken is een spier, en die groeit met kleine gewichten.
Wat je ziet als je je eigen nest bekijkt
Het lastige aan dit patroon is dat de oplossing er vaak precies hetzelfde uitziet als het probleem. Je leest over het shiny object syndroom, je voelt je betrapt, en je downloadt meteen een nieuwe focusapp. Die blinkt ook.
Wat wel helpt, is weten wat er bij jou onder zit. Voor de één is het een natuurlijke honger naar vernieuwing en vrijheid. Voor de ander perfectionisme dat het einde liever uitstelt, of de angst om beoordeeld te worden. Nog iemand anders is gewoon een geboren starter die al jaren de rol van afmaker probeert te spelen. Elk van die oorzaken vraagt een andere aanpak. Wie de oorzaak niet kent, blijft gereedschap kopen voor een klus die hij niet begrijpt.
Ontdek het in jouw Succesprofiel
Het Succesprofiel brengt in kaart hoe jij in elkaar zit: waar je energie vandaan komt, waar ze weglekt, of je van nature een starter of een afmaker bent, en welk patroon zich bij jou blijft herhalen, ook al verandert het decor. Het is een diepgaande analyse die je niet zelf invult, opgemaakt volgens een eigen, innovatieve methode. Je krijgt een werkboek met reflectievragen, het globale beeld en tien persoonlijke sessies van een uur, live in Astene (Deinze) of online.
Zo weet je eindelijk of je naar iets toe loopt, of ergens van weg. En de ekster? Die mag van ons vrijuit.
Ontdek het in jouw Succesprofiel → www.geniqeq.be/succesprofiel
Liever eerst kennismaken? Vraag het gratis mini-rapport aan (https://www.geniqeq.be/gratis-mini-rapport/) of plan een gratis kennismakingsgesprek (https://www.geniqeq.be/afspraak/).
